Woordenschat in de kleutergroepen

Woordenschat in de kleutergroepen: dat is niet iets nieuws. In de kleutergroepen staat woordenschat juist centraal. Door voorlezen en thema’s uit te diepen leren de kinderen veel nieuwe woorden. Toch is het ook goed om doelgericht en bewust woorden aan te bieden. In deze blog vertel ik welke ontdekkingen ik heb gedaan en hoe ik het woordenschataanbod in de praktijk aanbied.Woordenschat in de kleutergroepenVraag jij je ook af waar dit meisje over nadenkt? Denkt ze over een opdracht die jij gegegeven hebt? Bedenkt ze welke afbeelding bij het woord dat je aangeboden hebt? Probeert ze verbanden te vinden?  Zo zie je maar dat een beeld veel vragen kan oproepen en dat het lastig is om te ontdekken wat er precies in een hoofd afspeelt.  Woordenschat speelt hierin een grote rol, maar laten we bij het begin beginnen…

Woordenschat in de kleutergroepen

Alle kinderen die starten in het basisonderwijs komen met andere bagage in de klas. Zo zijn er veel verschillen, dus ook in de hoeveelheid woorden die de kinderen kennen.
De grootte van de woordenschat is van zoveel factoren afhankelijk, denk maar aan thuissituatie, meertaligheid, VVE ondersteuning of niet.
Hoe dan ook, het is dan ook goed om intensief in te zetten op woordenschat, omdat je hierin ook een basis legt voor de verdere schoolloopbaan. Zo is begrijpend lezen veel pittiger, wanneer je woordenschat klein is. En dat heeft dan ook weer effect op de zaakvakken.
Dus tijd om actie te ondernemen en aan de slag te gaan met een goed, doelgericht woordenschataanbod.

 

Woordenschataanbod

Een doelgerichte aanpak van woordenschat is dus belangrijk, naast andere activiteiten die misschien minder doelgericht zijn op het aanbieden van specifieke woorden. Maar juist bij deze activiteiten (zoals bijv. (interactief) voorlezen of bekijken van educatief programma) komen de kinderen in aanraking met nieuwe woorden.

De doelgerichte aanpak

Binnen het onderwijs gebruiken we het didactisch model ‘Viertakt van Verhallen’ om woorden niet alleen aan te bieden maar dat de woordbetekenis duidelijk mag worden én een koppeling te maken aan eerder vergaarde informatie.

Woordenschataanbod

Voordat je doelgericht de woorden gaat aanbieden moet je eerst een keuze maken van woorden. Om de woorden te laten aansluiten bij de belevingswereld, is het een goed idee om de woorden te passen bij het thema waar je op dat moment in de klas over werkt.

Toch hoor ik regelmatig dat de keuze voor woorden nog lastig is te maken.
Een aantal tips voor het maken van een keuze:

  • Voor de kleutergroepen kun je gebruik maken van de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters’.
  • Start het thema met de basiswoorden en biedt daarbij de lidwoorden aan.
  • Laat de woorden aansluiten bij eerder genoemde woorden.
  • Bied niet alleen voorwerpen aan, maar ook gerelateerde woorden. Bijv. bij project over rupsen en vlinders bied je ook het woord fladderen aan.
  • Bedenk dat kinderen voor de taal- en rekenactiviteiten soms woorden moeten kennen om een opdracht uit te voeren.  Biedt daarom ook vakgerelateerde woorden aan zoals bijv. goedkoop of duur.

Mijn ultieme tip: Bedenk voordat je start aan een project welke woorden je op welke dag/welke week je gaat aanbieden. Je kunt dan ook activiteiten op deze dag aanbieden waarbij deze woorden herhaald zullen worden.

Na de woordkeuze is het belangrijk om doelgericht de woorden aan te bieden en dit doen wij met de ‘Viertakt van Verhallen’

Welke woorden voeg jij toe aan deze schat?

Afbeelding: Pixabay

1. Voorbewerken

Tijdens de fase van voorbewerken gaat het vooral om het creeren van een rijke situatie waarin het woord aangeboden kan worden. Je probeert de kinderen te betrekken in de situatie waar de woorden over zullen gaan. Je haalt de voorkennis op en zal in een latere fase binnen deze context nieuwe woorden aanbieden.

Activiteiten in deze fase zouden kunnen zijn:

  • Woordweb maken over onderwerp
  • Mindmap maken over onderwerp
  • Verhaal voorlezen over onderwerp
  • Startactiviteit van project
  • Spel: kookwekkertje doorgeven:  wat weet je al over?
  • Voeldoos: in de doos zitten allemaal voorwerpen. Laat de kinderen de voorwerpen voelen en kennismaken met het thema.

 

2. Semantiseren

In deze fase is het belangrijk dat de leerkracht de betekenis van het woord duidelijk maakt. Je kunt hier gebruik maken van de drie uitjes: uitbeelden, uitleggen en uitbreiden.

Hierdoor wordt de betekenis zichtbaar, de betekenis wordt toegelicht en wordt het netwerk van woorden gekoppeld.

De woorden worden in deze fase aangeboden via grafische modellen waarin de woorden geclusterd worden aangeboden. Het is een aanrader om de woordclusters zichtbaar op te hangen, zodat er elk moment van de dag het woord in beeld blijft.

Deze activiteiten ondersteunen deze fase:

  • Woordclusters vormen
  • Woordclusters verwerken in grafische modellen zoals woordkast, woordparaplu of woordtrap.  Bijv. woordclusters project rups en vlinders of project  noord- en zuidpool.
  • Vast moment van de dag voor expliciete instructie van woorden
  • Woorden aanbieden door de 3 ui’tjes:  woorden uitbeelden, uitleggen en de context uit te breiden.
  • Woordclusters zichtbaar ophangen en meerdere keren per dag aandacht hieraan schenken.  Ik printte daarvoor dit document uit op een gekleurd papier en lamineerde dit. Elke dag hing ik met een beetje buddy de woordkaart op.

Afbeelding: Pixabay

3. Consolideren

Nadat je woorden expliciet hebt aangeboden is het net zo belangrijk om het woord goed in te oefenen. Na één keer aanbieden onthouden de kinderen het woord en de betekenis onvoldoende. Het is dan ook nodig om het woord en de betekenis ervan in te oefenen door verschillende activiteiten aan te bieden. Deze activiteiten kunnen op verschillende momenten verdeeld over de dag/week plaatsvinden. Wanneer je meerdere verschillende manieren op verschillende momenten in de week de woorden herhaalt, zal dit woord blijven beklijven.

Er zijn veel verschillende activiteiten en dit heb je ook nodig zodat je elke keer een woord op een andere manier aanbiedt:

Kringactiviteiten:

* Voorlezen:  klap/spring/stamp als je het woord hoort in het verhaal
* Zelf een verhaal maken:  leg een aantal woordkaarten neer en maak er een verhaal bij.
* Zinnen maken bij woordkaarten:  lukt het de kinderen al om de betekenis van het woord in een zin te verwerken?
* Ik zie, ik zie wat jij niet ziet: een kind neemt één van de voorwerpen in gedachten en vertelt welke kleur en vorm dit voorwerp heeft. De kinderen proberen te raden om welk voorwerp het gaat.
* Woord raden: verdeel de groep in duo’s. Geef één van de duo’s een woordkaart. Laat de ander vragen stellen over het voorwerp op de kaart.

Speel- en werkles:

  • Maak een knutsel waarbij de woorden in de uitleg en tijdens het maken verschillende keren gebruikt kunnen worden.  Bijv. bij ziek zijn:  stethoscoop. Laat de kinderen tijdens het werken in gesprek gaan over het maken en laat de woorden ook tijdens de evaluatie terugkomen.
  • Laat per thema de kinderen vrij knippen/plakken of tekenen over het thema. Vaak zie je in deze tekening/knutselwerk voorwerpen terugkomen van woorden die aangeleerd zijn. Wanneer er weinig zichtbaar is, kun je met het kind gaan bespreken wat er nog meer bijgemaakt zou kunnen worden. Weet het kind nu wel voorwerpen die betrekking hebben op dit thema te benoemen?
  • Wanneer je een bijpassende knutsel maakt, is het ook goed om tijdens het maken van een voorwerp ook alle delen van het voorwerp te blijven benoemen.
  • Zet een thematafel ook doelgericht in tijdens de speel- en werkles.

 

Spel:

  • Ren je Rot: De woordkaarten (vergroot) zijn verspreid over het schoolplein/speellokaal. De leerkracht omschrijft een woord en de kinderen rennen zo snel mogelijk naar de bijpassende woordkaart.

Klasinrichting:

[/vc_column_text][/vc_column]

[/vc_row]

4. Controleren

Tijdens deze laatste fase controleert de leerkracht of de leerlingen het woord en de betekenis kennen. Het is ook belangrijk dat je niet inzet op de passieve woordenschat, maar of je controleert dat de kinderen ook actief dit woord beheersen.

Zelf vind ik het belangrijk dat je allereerst observeert bij de activiteiten tijdens de consolidatiefase. Tijdens deze activiteiten zie je al snel of een kind al actief een woord gebruikt en of dat een kind het woord begrijpt.

Toch is het een goed idee om aan het eind van een project of thema de woorden te controleren. Ikzelf vind het heel belangrijk om dit in de kleutergroepen op een speelse manier te doen.

Je kunt controleren door:

  • Flitsen van woordkaarten
  • Bingo spelen
  • Zoek iemand die….

 

Ondersteuning

Nu we het hele proces van het aanbieden van woordenschat benoemd hebben, is de ondersteuning nog niet ter sprake gekomen. Want juist in de kleutergroepen komen de kinderen binnen met een heel verschillende grootte van de woordenschat.
En net als je ondersteuning biedt voor de taal- of rekenontwikkeling hebben sommige kinderen ook ondersteuning nodig op het gebied van woordenschat.

Maar hoe geef je de ondersteuning vorm? In mijn klas heb ik dit vormgegeven door de kinderen uit te nodigen in een kleine kring. Daarbij laat je nogmaals met de drie uitjes de betekenis weten van de woorden. In mijn kleine kringen zorg ik voor consolideerspelletjes om te spelen. In eerste instantie kies ik voor spellen waar de woordenschat passief toegepast kan worden, maar later in de week ga ik naar consolideerspellen waarbij de woorden actief gebruikt moeten worden.

En vergeet daarnaast niet, dat begeleid spelen erg waardevol is om de woordenschat te stimuleren. Door het spel te leiden en taal toe te voegen aan het spel, kunnen de kinderen de woorden en taal eigen maken.

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Vul hier je naam in