Hoe en wat: woordenschat (1)

image_pdfimage_print

Wat is woordenschat?
Woordenschat is het (aan)leren van nieuwe woorden door de leeromgeving daarvoor geschikt te maken zoals de juiste werkvormen te kiezen, kinderen strategieen aan te leren en de juiste instructie te geven.

Het gaat bij woordenschat niet om het uit de hoofd leren van woorden, of het plaatsen van woorden in een goed netwerk. Het gaat om het goed gebruik van woorden in zinnen en teksten.

Enkele aspecten die samenhangen met woordenschat:
– leesbegrip
– vlot lezen
– decoderen
– luisteren

Wat is er nu belangrijk in een woordenschatles?
Verhallen kent de volgende 4 fases:
* Fase 1:  voorbewerken:  zorg voor betrokkenheid en aandacht voor het aan te leren woord.
* Fase 2: semantiseren: je hebt een gerichte oefening waarin de betekenis wordt verduidelijkt (uitbeelden/uitleggen)
* Fase 3: consolideren:  gebruik verschillende werkvormen om de woorden te herhalen.  Blijf oefenen totdat de leerlingen de woorden kennen. Herhaal de woorden op verschillende (speelse) manieren en zorg ervoor dat de woorden zichtbaar in de klas aanwezig zijn.
* Fase 4: controleren:  Je controleert in hoeverre de leerlingen de woorden begrijpen en gebruiken.

Als leerkracht kun je natuurlijk niet alle woorden aanleren. Kinderen leren zelf ook woorden binnen en buiten de school. Wanneer kinderen veel lezen, komen ze in aanraking met veel (nieuwe) woorden.

Fase 2: voorbewerken
Een aantal werkvormen waarbij je duidelijk aandacht kunt hebben voor de woordenschatontwikkeling:

– Interactief voorlezen:  woorden uitleggen/vragen stellen
– Praatplaat:   bespreek met elkaar wat je op de plaat ziet.
– Bekijk een filmpje van bijv. HBB over het onderwerp
– Maak een poster met de woorden (evt. met plaatjes) en hang deze op
– Maak een schema met woorden die in verband staan en hang deze op in de klas.

 Fase 3: Consolideren
Uit ervaring blijkt dat Fase 1 en 2 nog redelijk hanteerbaar zijn, maar dat vooral fase 3 wat meer moeilijkheden geeft.  Want hoe herhaal je meerdere keren dezelfde woorden op een leuke manier?
Hier enkele activiteiten:

5 minuten activiteiten:
* galgje:    laat de kinderen de woorden raden
* raadsel:   geef een omschrijving van één van de woorden.
* hints:  laat één van de kinderen het woord uitbeelden
* Liedje:  zing een liedje wat ermee te maken heeft

Spelletjes:
* Memory of trimemory:  leg de kaartjes op z’n kop en probeer de 2 juiste plaatjes bij elkaar te zoeken.  Bij trimemory zoek je 3 plaatjes bij elkaar: woord, plaatje en omschrijving
* Knijpkaart:  zoek het plaatje bij het woord óf  zoek het woord bij de omschrijving
* Communicatiespel:  bij elke praatplaat kun je een figuur aanbrengen.  Laat leerling een leerling benoemen wat hij daar ziet en daar een verhaal over vertellen.

Fase 4: Toetsingen
Er zijn in Nederland een aantal methodegebonden en niet-methodegebonden toetsingen:
– CITO woordenschat voor groep 3 t/m 8;
– Taal Op Maat voor groep 4 t/m 8  (toetsing binnen gewone methodetoets);
– Taal Actief Woordenschat voor groep 4 t/m 8;
– Nieuwsbegrip XL woordenschattoets
De samenhang tussen woordenschat en begrijpend lezen is groot. Je kunt dus ook zeker informatie halen uit de CITO begrijpend lezen.

 

 

image_pdfimage_print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *